I6.jpgl1.jpgl2.jpgl3.jpgl4.jpgl5.jpg

Historie

Historie algemeen

Hier worden enkele onderwerpen beschreven over de historie van het dorp, onderwijs en kerken.
 
Het dorp heeft zijn naam te danken aan het boveneind van de aanleg van deze plaats 'Boven Smilde'. Bovensmilde is rond 1823 ontstaan. Het dankt zijn naam dus aan het feit dat het gezien vanuit Meppel bovenaan ligt.
 
De verschillende items zijn verder beschreven op de volgende pagina's:

Historie Dorp

Bovensmilde, het dorp met drie culturen  

Bovensmilde bestaat sinds 1823 en is na de vervening ontstaan als lintdorp langs de Drentse Hoofdvaart. Zoals de naam al aangeeft is Bovensmilde het bovenste deel van het lint, in zuidelijke richting volgt dan Smilde en Hoogersmilde. Het dankt zijn naam dus aan het feit dat het gezien vanuit Meppel bovenaan ligt. Toen na 1950 was besloten dat op de Smilde kernen mochten worden gevormd is dat ook in Bovensmilde gebeurd. Medio jaren zestig werd het één van de groeikernen van de toenmalige gemeente Smilde. Sinds de herindeling in 1998 valt Bovensmilde onder de gemeente Midden-Drenthe en is het na Beilen, Westerbork en Smilde het vierde dorp van deze gemeente met ongeveer 3550 inwoners.Bij de gemeentelijke herindeling is duidelijk geworden dat Bovensmilde niet los gezien kan worden van de historische en maatschappelijke samenhang met de andere Smildes. De uitspraak ‘Bovensmilde niet Onder-Assen’ die tijdens de herindeling gebruikt werd spreekt wat dit betreft voor zich. De groei van het dorp ontstond vooral in de jaren zestig door de komst van een grote groep Molukkers uit het voormalige kamp Schattenberg (Westerbork) en de vestiging van forensen. Zij waren op zoek naar een rustige woonomgeving in de buurt van Assen. Zo ontstond een dorp met drie groepen bewoners, de oorspronkelijke, de Molukse en de forensische inwoners. Opbouwwerker Hille Ris Lambers schreef in 1977 in zijn eindconclusie dat tussen deze drie wijken een dorpshuis zou moeten komen. Hij was aangesteld om de bevolkingsgroepen dichter bij elkaar te brengen. Een moeilijke opgave gezien de grote verschillen.De gijzeling van de schoolkinderen in de openbare lagere school aan de Schoolstraat in dat zelfde jaar 1977 zorgde er voor dat het rapport onder in een la terecht kwam. De school werd afgebroken, in de Molukse wijk kwam een wijkcentrum en de gymzaal van de lagere school bleef intact en kreeg een functie voor het wijkcentrum ´Molo Oekoe´

"De Boerderij" als gemeenschapruimte

Midden in het dorp stond ´De Boerderij´ Het gebouw had al geen agrarische bestemming meer en is in de loop van de altijd voor verschillende doeleinden gebruikt, laatstelijk voor jeugd- en sociaal-culturele activiteiten. Die vonden plaats onder begeleiding en in beheer van het Sociaal-cultureel Werk Smilde. Na beleidswijziging van de gemeente, waarbij het beheer van een gebouw losgekoppeld moest worden van de welzijnsorganisaties, is getracht ´De Boerderij´ te verzelfstandigen. Na een mislukte poging besloot de gemeente, na overleg met het bestuur van het Sociaal-cultureel Werk Smilde, het gebouw definitief te sluiten. Na de verwezenlijking van een nieuwe welzijnsstructuur binnen de gemeente Midden-Drenthe zou het werk opnieuw en op andere wijze worden opgepakt. Met de sluiting en afbraak van ´De Boerderij´ in 2002 heeft Bovensmilde geen gemeenschapscentrum meer. Enkele clubs hebben onderdak gekregen bij de voetbal- en ijsvereniging. Het plan deze sociaal-culturele activiteiten onder te brengen in het nieuw te bouwen multifunctionele centrum verkeert overigens in een vergevorderd stadium.De Molukse gemeenschap is vrij sterk op eigen bevolking en cultuur gericht. Zij beschikt over eigen voorzieningen zoals een wijkraad, kerk, welzijnsinstelling en het wijkcentrum ´Molo Oekoe´.   De gemeenschap van Bovensmilde heeft nu ook weer een centrum voor sociaal-culturele activiteiten MFA "De Spil".   Verder is er ook weer een hertenkamp aan de buitenkant van het dorp verrezen genaamd 't Meulenparkie.

De opbouw van Bovensmilde anno 2007

Als we van boven op het dorp kijken zien we aan beide zijden van de Drentse Hoofdvaart wegen. Aan de westkant ´de stille kant´, de smalle Kanaalweg met drie zijwegen, namelijk de van Lierswijk, de Meesterswijk en de Grietmanswijk. Aan de oostkant loopt de provinciale weg N371. De uitbouw van het lint strekt zich uit over een lengte vanaf ongeveer 200 meter ten noorden en 200 meter ten zuiden van de Meestersbrug, in oostelijke richting. Vanaf de Hoofdweg lop en twee straten naar het oosten, de Witterweg en de Schoolstraat die een verbinding maakt met het dorp Witten. Op deze wijze ontstaan drie stroken, een noordelijke-, een tussen- en een zuidelijke strook. Het voorste gedeelte van de tussenstrook is het oudste; hier wonen veel autochtone bewoners. Het tweede gedeelte van de middenstrook wordt bewoond door forensen. Het middelste gedeelte van de noordstrook bestaat uit de Molukse wijk. Achtereenvolgens, maar niet precies in deze volgorde, verrezen de nieuwbouwwijken in de zuid- en noordstrook. Op dit moment is het plan Oost bijna gerealiseerd.

Wonen in Bovensmilde

Het nieuwe woon-zorgcomplex is een aanwinst voor Bovensmilde. Ouderen kunnen, wanneer zij dat willen, in hun eigen dorp blijven wonen. Zowel de ´Meestershof´ als de ´Walhof´ zijn levensloopbestendige wooncomplexen De ´Meestershof´ ligt op de hoek van de Mr. Sickensstraat en de Gerritsstraat en bestaat uit 27 woningen waarvan 6 koop- en 21 huurwoningen. Vier van de 21 huurwoningen zijn bestemd voor gehandicapten.
Aan de J. de Walstraat staat de ´Walhof´, een complex van 27 huurwoningen waarvan vier voor gehandicapte bewoners. Stichting ‘De Noorderbrug’ zal met één fulltime medewerker voor de begeleiding van de gehandicapten zorgen. Tevens kan iedereen, jong en oud terecht voor vragen over wonen, zorg en welzijn aan het zorgloket.
Tijdstip voor zo’n spreekuur wordt bekend gemaakt in de weekbladen.

Historie Onderwijs

Onderwijs Bovensmilde (OBS)

De eerste gegevens van het Openbaar lager onderwijs in Bovensmilde dateren van 1823. Aan de rijksweg tussen de   van Liersbrug en de Meestersbrug, nu provinciale weg N371, de Hoofdweg stond de eerste school. Het voorhuis als onderwijzers-woning met er achter aangebouwd de school. Lange tijd met 1 lokaal, pas 1914 werd een 2e lokaal bijgebouwd. In 1949 werd een nieuwe school met 3 lokalen gebouwd op de hoek Hoofdweg-Schoolstraat. Het was een semi permanent gebouw. De oude school werd in 1954 afgebroken. Op de plaats kwam een speelgoedfabriek Elcee Haly. Nu is Sportique daar gevestigd. Aan de Schoolstraat tegenover de lagere school werd in 1955 de openbare kleuterschool geopend, de plaats waar nu Poiesz is gevestigd.

Eind zestiger jaren  

Het was eind zestiger jaren toen een nieuwe kleuterschool gebouwd werd aan de Ribesstraat, de plaats van de huidige bibliotheek en in 1968 kwam er een nieuwe lagere school met 4 lokalen aan de Schoolstraat tegenover de kleuterschool. Het was voor die tijd een moderne school. Door de snelle groei van de bevolking nam ook het aantal kinderen op de school toe.   1972, voor de kerst, brandde de school grotendeels af.Er werd uitgeweken naar de bijzondere school aan de Meesterswijk, waar gebruik gemaakt werd van 2 lokalen. De school werd herbouwd. Door verdere groei is in 1974 de school uitgebreid tot 6 klassen.

In 1977 werd de openbare lagere school gegijzeld door Molukkers. De school is daarna afgebroken. Ouders en leerkrachten wilden niet terug naar deze school. De gymzaal kwam later bij Molo Oekoe en de kleuterschool werd bibliotheek.   Tot de zomervakantie werden de kinderen opgevangen in de christelijke school, na de vakantie in een noodgebouw aan de Beilerstraat in Assen. De kleuterschool maakte gebruik van de ruimten in de gereformeerde kerk. In oktober 1977 was het semipermanent noodgebouw klaar aan de Meidoornlaan. De kleuterschool en lagere school kwamen nu bij elkaar. De school kreeg de naam “De Meenthe” officieel toegekend door de toenmalige minister van onderwijs, de heer van Kemenade.   De naam werd gekozen uit een groot aantal inzendingen van ouders. Naam Meenthe afgeleid van gemeente, plaats van bijeenkomst, vergadering. Een andere aanduiding is Meent, wat stuk grond in dorpsgemeenschap voor algemeen nut zou betekenen.   Er was van uit gegaan dat in een tijdsbestek van 5 jaar er een nieuwe stenen school zou zijn. Dat was niet het geval. De school werd verplaatst naar de nieuwbouw buurt hoek Riegheide-Wollegras. Pas maart 1992 werd de nieuwe school “De Meenthe” betrokken aan de Witterweg.  

De Meenthe vierde in het jaar 2003 haar 180 jarig bestaan  

Uit Jubileumuitgave 25 jaar OBS “De Meenthe” 180 jaar Openbaar onderwijs.(2003)    

Bijzonder lager onderwijs in Bovensmilde  

De onderwijswet van 1857 opende de mogelijkheid, zonder toestemming, een bijzondere school te stichten. De eerste christelijke lagere school kwam in 1865 in Smilde. De school kreeg geen subsidie. Zo ontstond een schoolstrijd door het verschil in financiering, tussen de openbare en bijzondere scholen. Dit hield aan tot 1920. In 1868 werd de vereniging voor christelijk onderwijs(hervormd) te Smilde opgericht.   De financiële situatie gaf in 1885 aanleiding voor de gereformeerde school om een verstandshuwelijk met de hervormde school aan te gaan.

De onderwijswet van 1889 kende het bijzonder onderwijs dezelfde rijksbijdrage toe die de gemeenten genoten t.b.v. de openbare scholen (1/3 van de kosten). Het gevolg was dat de gereformeerde school weer uit de hervormde school trok en een eigen bestuur vormde. In 1891 kwam in Bovensmilde een gereformeerde school; school met de bijbel aan de Kanaalweg 139. Omdat de subsidie maar 1/3 van de kosten dekte en de ouderbijdrage te belastend was voor de gezinnen, werd een jaar later gecollecteerd in de kerk om de salarissen van de onderwijzers op te brengen. In de onderwijswet van 1920 kwam de financiële gelijkstelling tussen openbare en bijzondere scholen tot stand. De school kreeg in maart 1923 elektrisch licht. Het duurde tot mei 1952 voor dat de gemeente geld beschikbaar stelde voor installatie van waterleiding. Dat gold ook voor de hervormde school die in 1930 in gebruik was genomen. De gereformeerde school had in april 1929, 5 leerkrachten en 4 lokalen. De school kreeg een noodlokaal tot het moment dat de hervormde school gereed was.

In maart 1954 kwam de gereformeerde school na een inspectie er slecht af. Ouderwets, somber en in slechte staat. De vloeren kenden grote naden met vuil, er was slechte ventilatie en verlichting en de toiletten volgens de richtlijnen matig.   De in 1954 gevraagde gelden aan de gemeente voor een nieuwe school, werden beschikbaar gesteld. De nieuwe gereformeerde school kwam aan de L. Dijkstrastraat. 8. In april van dit jaar is ook de aanvraag voor de bouw van het christelijk voorbereidend lager onderwijs (kleuterschool) aan de Dijkstrastraat no.6 ingediend en gekomen. Ook de hervormde school voldeed niet meer aan de eisen. In april 1961 werd begonnen met een grondige restauratie van de school. In 1970 kwam een fusie tot stand tussen de gereformeerde en hervormde school. Ook werd in dit jaar een aanvraag voor uitbreiding van de kleuterschool gedaan. Er zijn 2 noodlokalen geplaatst, omdat m.n. uitbreiding noodzakelijk was i.v.m. de komst van Molukse kinderen).

Bovendien werd in 1974 gebruik gemaakt van een lokaal van de Hervormde school Meesterswijk 1 voor de Christelijke .kleuterschool aan de Dijkstrastraat 6. De 2 noodlokalen hebben tot 1989 dienst gedaan. In dat jaar zijn die lokalen afgebroken.   In 1976 kreeg de protestants christelijke school ( fusie gereformeerd-hervormd) de naam “de Wingerd”.

Chr. LTS Bovensmilde

Rond 1950 ontstonden plannen voor de bouw van een christelijke ambachtsschool in Bovensmilde. De DETI (Drents economisch en technologisch instituut) oordeelde negatief omdat het verzorgingsgebied te klein zou zijn. In Assen stond al een LTS. Men ging echter door met de plannen en in 1956 werd de LTS geopend. De school groeide uit tot een streekschool. In 1975 waren er nog plannen tot verbouwing en uitbreiding, echter het noodlot sloeg toe en vuur verteerde niet alleen de school maar ook de spirit om door te gaan. 20 jaar   was hier een school die bestaansrecht had maar niet was gegeven. Leerlingen gingen naar de LTS in Assen. 1986 werden er al weer huizen gebouwd op deze plaats.  

Uit: Langs de vaart, H. Gras / archief gemeente/ gegeven Hist.ver.”De Smilde”

Historie Kerken

 

Het Apostolisch Genootschap  

Voor het Apostolisch Genootschap Smilde zijn vanaf 27 juni 2010 de deuren van het gebouw in Bovensmilde gesloten en gaat men gezamenlijk verder in Assen

 

 

Historische N.H. Kerk 

Langs de Drentse Hoofdvaart tussen Smilde en Assen, midden in Bovensmilde, ligt een terrein met de hervormde kerk en bijbehorende pastorie. Vanwege de gaafheid en prachtige ligging is het hele complex in 1995 tot rijksmonument verklaard. Bovensmilde is in de 19e eeuw ontstaan langs de Drentse Hoofdvaart toen de uitgebreide   veengebieden tussen Assen en Smilde aan snee kwamen. Blijkbaar groeide de nederzetting snel want al in 1839 stond er een kapel waar kerkdiensten plaatsvonden. Dit gebouwtje stond precies tussen de huidige kerk en pastorie in. 

Tot 1860 hoorde Bovensmilde bij Hijkersmilde. Toen erkende koning Willem III het bij   Koninklijk Besluit als eigen kerkelijke gemeente. Hij motiveerde dit besluit zo: “In aanmerking nemende dat het zielental dier gecombineerde gemeente bedraagt 4325, waarvan plus minus 1200 te Bovensmilde, dat een predikant in deze gecombineerde gemeente niet voldoende is te achten om te voorzien in hare geestelijke behoeften.”   Bovensmilde kreeg dus het recht op een eigen kerk en predikant. De koning was wel goed maar niet gek, getuige de laatste zin uit zijn besluit: “Vergroting van de kapel dient te geschieden buiten bezwaar van ’s Lands Kas.” 

 Nieuwe kerk 

De kapel was echter veel te klein en bouwvallig, zodat de kerkvoogden al snel een fonds in het leven riepen voor de bouw van een nieuwe kerk. Behalve provincie (uit een speciaal potje: de kas Ad pios usus, Latijn voor ‘Tot vrome doeleinden’) en particulieren droeg, jawel, ook het rijk hieraan bij. In 1868 werd met de bouw begonnen, 30 januari 1870 werd de kerk ingewijd.

Het is een sober bakstenen gebouw op een rechthoekige plattegrond. De lange zijde met toegang ligt langs de Hoofdvaart. De uitspringende ingangspartij met stoep valt het meest op. Het bestaat uit een dubbele deur in een witte houten omlijsting met erboven een   dubbelvenster. Het portaal wordt bekroond door een houten torentje met een opengewerkte klokkenstoel. De gevels van de kerk zijn in vlakken verdeeld; elk vlak bevat een venster met glas-in-loodraam. In de noordmuur bevindt zich een tweede deur met omlijsting. Aan de achterzijde is de kerk in 1902 uitgebreid met een consistoriekamer.   Het interieur is van een prachtige eenvoud. Tegenover de ingang staat de preekstoel en aan een van de korte wanden bevindt zich een tribune met orgel. Bijzonder en zeldzaam voor ons land zijn de gebogen banken die in een halfronde cirkel om de preekstoel heen staan. Het kerkje had oorspronkelijk een gipsen plafond maar dit is in 1921 vervangen door het huidige houten gewelf. Uitzonderlijk voor een protestantse kerk bevat het raam boven de ingang een afbeelding van Christus. 

Waterstaatskerk 

De stijl waarin de kerk is gebouwd, past binnen een lange traditie. De gelijkstelling van   godsdiensten in 1798 zorgde ervoor dat alle kerkgenootschappen weer kerken konden   bouwen. In 1824 bepaalde de regering echter dat toestemming van de overheid nodig was bij bouw of verbouw van kerken. Dit toezicht lag bij het ministerie van Waterstaat. Kerken uit deze periode worden daarom vaak waterstaatskerken genoemd.   Ten onrechte, want slechts in uitzonderingsgevallen sloegen de waterstaatsingenieurs zelf aan het ontwerpen. Het toezicht dat zij uitoefenden is te vergelijken met het welstandstoezicht van onze tijd, met dat verschil dat aan een positief oordeel van Waterstaat ook een rijkssubsidie vastzat. Het toezicht had nauwelijks invloed op de stijl waarin de kerken werden uitgevoerd. Halverwege de 19e eeuw was deze stijl, het neoclassicisme, namelijk overal in trek. Er werd teruggegrepen op voorbeelden uit de klassieke oudhed, zoals grote symmetrische bouwblokken, zware kroonlijsten, zuilen en tempelfrontons.   In Drenthe waren het juist de hervormde gemeenten die deze stijl adopteerden, met als   bekendste voorbeeld de Jozefkerk in Assen. Waarschijnlijk hebben de kerkvoogden van   Bovensmilde goed gekeken naar de grote buur. Beide kerken hebben dezelfde rechthoekige plattegrond met de monumentale ingang aan de lange zijde, bekroond door een toren. Iets van de grandeur van de Jozefkerk straalde daarmee af op Bovensmilde. Het kerkje van Bovensmilde is waarschijnlijk de laatste waterstaatskerk die werd gebouwd in Drenthe. 

Orgel 

Het orgel is pas in 1897 in de kerk geplaatst, maar dateert in oorsprong uit 1684. De   zoektocht naar de herkomst leest als een detective. De kas dateert grotendeels uit de bouwtijden dit geldt ook voor een belangrijk gedeelte van het pijpwerk. Het is onbekend wie de oorspronkelijke bouwer is. Bij een restauratie zijn kranten uit 1809 en 1847 gevonden. Verder is bekend dat de huidige windlade in 1809 door L.J. van Dam is gemaakt.

De sleutel tot het raadsel loopt via de orgelbouwer J. Proper. Hij kwam uit Kampen en bouwde daar in 1896 een nieuw orgel voor de doopsgezinde kerk, de vroegere Waalse kerk. Het oude orgel nam hij over en dit werd door hem in 1897 geplaatst in Bovensmilde. Op een gedenkplaat is te lezen dat het is geschonken ter nagedachtenis aan de familie Sickens door hun neven, de gebroeders De Wal. Op deze wijze werd het orgelbezit in Drenthe uitgebreid met een waardevol historisch orgel. Het is thans een van de oudste instrumenten in Drenthe. 

Toekomst

In 1974-1975 is de kerk ingrijpend gerestaureerd. Aannemer Hendrik van Veen bood bij deze gelegenheid de koperen haan aan die nog steeds de toren siert. Ruim dertig jaar later staat het kerkgebouw opnieuw voor een ingrijpende wijziging. De gereformeerde en hervormde gemeenten van Bovensmilde gaan gezamenlijk verder als Protestantse Kerken Nederland en hebben besloten te kerken in de gereformeerde kerk uit 1953. Daarmee komt na bijna 135 jaar een einde aan het gebruik als hervormde kerk. Op 21 november 2004 is de laatste dienst gehouden.  

  De Stichting Oude Drentse Kerken is bereid het voormalige kerkgebouw over te nemen en te zoeken naar een nieuwe bestemming zodat dit waardevolle Drentse erfgoed behouden kan blijven. 

* Drs. O. Reijers is directeur van het Drents Plate